VLIEGENDE VLEERMUIS (FRANJESTAART)

Vleermuizen zijn zoogdieren.
De enige overeenkomst met vogels zit in het feit dat vleermuizen ook kunnen vliegen.
Op deze dia kan je al onmiddellijk een aantal belangrijke verschillen zien.
Zo hebben vleermuizen geen veren maar een vacht.
Ze hebben ook geen snavel maar wel een bek met tanden.
Vleermuizen zijn de enige vliegende zoogdieren.
De vleermuizen zijn een van de meest succesrijke zoogdierordes.
Met wereldwijd 1000 verschillende soorten zijn ze de op één na talrijkste zoogdierorde.
De knaagdieren zijn met meer : zo’ 1700 soorten.
Maar binnen de vleermluize is er veel meer diversiteit.

 

VLIEGENDE HOND

Vleermuizen vliegen met hun handen.
Tussen hun vingers is een vlieghuid gespannen.
Daaraan danken ze hun wetenschappelijke benaming “Chiroptera”, wat van het Grieks is afgeleid en zoveel betekent als “Handvleugeligen”.
De orde der Chiroptera wirdt ingedeeld in twee sub-orden : de Macrochiroptera of Grote Vleermuizen en de Microchiroptera of Kleine Vleermuizen.
De Macrochiroptera noemt men ook Vleerhonden of Vliegende Honden.
Ze lijken immers meer op een hond dan op een muis.
Ze leven vooral in Azië en Oceanië.
De grootste exemplaren kunnen tot anderhalve meter spanwijdte hebben.

 

DWERGVLEERMUIS

Bij ons komen enkel Kleine Vleermuizen voor.
De Dwergvleermuis is onze kleinste en ook meest voorkomende vleermuizensoort.
Ze past in een lucifersdoosje.

 

DWERGVLEERMUIS MET VLEUGELS OPEN

De vleermuizen die bij ons voorkomen wirden in twee groepen onderverdeeld : de Gladneuzen zoals deze dwergvleermuis en de Hoefijzerneuzen.

 

HOEFIJZERNEUS

De Hoefijzerneuzen danken hun naam aan een hoefijzervormig neus-aanhangsel.
Hoefijzerneuzen zenden hun geluiden niet uit via hun mond maar via hun neus.
Het hoefijzeraanhangsel dient daarbij om de geluiden te bundelen.
Zowel de grote als de kleine hoefijzerneus beschouwt men momenteel als uitgestorven in Vlaanderen.

 

VLIEGENDE VLEERMUIS

Precies omdat het nachtdieren zijn, zijn vleermiozen zo fascinerend.
Ze leven in het donker en vliegen nergens tegenaan.

 

ECHOLOCATIE

Vleermuizen stoten zeer luide, ultrasone geluiden uit.
Die geluiden liggen boven onze gehoorgrens.
Ze weerkaatsen tegen voorwerpen en insecten in de omgeving en op basis van de echo kan de vleermuis zich oriënteren.

 

PROEFNEMING

Deze dia toont hoe een vleermuis dunne draden precies kan localiseren in het donker om er mooi tussendoor te vliegen.
De Italiaanse onderzoeker Spalanzani was in de 18de eeuw al gefascineerd door de vleermuizen.
Hij brandde bij enkele de oogkes uit en stelde vast dat deze blinde exemplaren nog prooidieren konden vangen.
Dan goot hij was in de oren van enkele vleermuizen.
Zo kon hij vaststellen dat dove vleermuizen zich niet meer kunnen oriënteren.

 

JAGENDE VLEERMUIZEN

Jagende vleermuizen roepen voortdurend, om hun prooi te zoeken en om nergens tegenaan te vliegen.
Ze moeten hun prooi zo snel mogelijk doorslikken, want als ze niet roepen weten ze niet waar ze zijn.

 

ROEPENDE HOEFIJZERNEUS

De Hoefijzerneuzen roepen zoals al gezegd door hun neus.

 

CLOSE UP VAN KOP

Vleermuizen hebben een zeer goed gehoor.
Ze moeten immers zoveel mogelijk informatie halen uit de zwakke echo’s.
Daarom moeten ze ook heel hard roepen.
Een Dwergvleermuis roept bvb aan 120 decibel.
Dat is even hard als een opstijgend straalvliegtuig.
Als wij zo hard zouden roepen werden we doof van ons eigen gebrul.
Gelukkig ligt het geluid van vleermuizen boven onze gehoorgrens en worden onze oren gespaard van die ultrasone decibels.
Worden vleermuizen dan niet doof van hun eigen gebrul ?
Nee, ook daar hebben ze iets op gevonden.
Tijdens het roepen trekken kleine spiertjes in het oor van de vleermuis samen en schakelen haar gehoor uit.
Een fractie van een seconde later schakelt de vleermuis haar gehoor terug in om de sterk afgezwalte echo op te vangen
Ook van elkaars gebrul worden vleermuizen niet doof.
Hoge tonen sterven immers zeer snel uit.

Als een vleermuis een prooi localiseert gaat ze er op af en schept ze het insect in haar staartvlieghuid.
Ze slikt de prooi zo snel mogelijk in.
Vleugels en dekschilden eet de vleemuis niet op.
Die hebben toch geen voedingswaarde.

 

STAARTVLIEGHUID

Ook tussen de achterpoten en de staart is een vlieghuid opgespannen.
Deze staartvlieghuid gebruikt de vleermuis als roer, maar ook als schepnet om haar prooi uit de lucht te vangen

 

GEBIT BAARDVLEERMUIS

Alle Europese vleermuizen zijn insecteneters.
Hun kleine scherpe tandjes zijn speciaal gemaakt om insectrenpantsers te kraken .

Vleermuis die nectar uit een bloem likt zoals een kolibri.
Sommige vleermuizen in de tropen leven van nectar.
Deze planten zijn voor hun voortplanting aangewezen op vleermuizen.
De vleermuizen brengen het stuifmeel van de ene bloem naar de andere.

Vleermuis tussen de stuifmeeldraden van een bloem.

De vleerhonden zijn fruiteters.
Ze zijn vooral overdag actief.

Geen commentaar.

 

VAMPIERVLEERMUIS

De beruchte Vampier bestaat echt en drinkt echt bloed.
Wel is deze vleermuis maar zo’n 8 cm groot.

Een vampier landt gewoonlijk op een zekere afstand van zijn prooi.
Dan kruipt hij er op af met zijn sterke onderarmen, kruipt op de prooi en zoekt een week plekje waar hij met z’n vlijmsdcherpe tandjes een gaatje maakt.
Daar likt hij dan wat bloed uit op.

 

ROSSE VLEERMUIS OP BOOM

Om vlleermuizen te kunnen beschermen moeten we vooral hun verblijfplaatsten zoeken.
Vleermuizen zijn immers op de eerste plaats bedreigd omdat hun verblijfplaatsen in het gedrang komen.
Vleermuizen leven vooral in bomen.
De Rosse vleermuis, zowat onze grootste soort (spanwijdte 30 cm) leeft zomer en winter in bomen.

 

ROSSE VLEERMUIS

Op deze dia is goed te zien waaraan de Rosse vleermuis haar naam dankt : haar rosse vacht.
Vroeger werd ze ook wel “Vroegvlieger” genoemd, omdat ze al vroeg op de avond uitvliegt, bij het begon van de schemering, als er ook nog zwaluwen rondvliegen.

 

DREEF

In de zomer verblijven de meeste vleermuizen bij voorkeur in holle bomen.

 

OMGEZAAGDE BOOM

Het is erg belangrijk dat holle bomen behouden blijven voor vleermuizen.
In holle bomen vinden de vleermuizen zelf hun verblijfplaats, maar er leven ook veel insecten die een voedselbron voor de vleermuizen vormen.

 

KNOTWILGEN

Bomenrijen zijn heel belangrijk voor vleermuizen.
Ze dienen als oriëntatiepunt, als beschutting op hun jachtvluchten en in de holtes van deze knotwilgen kunnen ze ook verblijven.

 

VLEERMUIZENKAST

Wie wil kan vleermuizen zelf helpen door er een kast voor te timmeren.
Deze kasten zijn vooral succesvol in jonge bossen, waar weinig holle bomen staan.
Je hangt er best een aantal van bij elkaar.

 

GROOTOORVLEERMUIS OP ZOLDER

Deze grootoortvleermuis heeft een zolder uitgekozen.
Vleermuizen leven graag in huizen.
De Dwergvleermuis, onze kleinste soort, leeft in de zomer vooral in huizen : bij voorkeur tussen spouwmuren, dakbetimmeringen of in rolluikkasten.
Ze doen er geen kwaad.
Ze knagen nergens aan (het zijn immers geen knaagdieren), ze brengen geen nestmateriaal naar binnen.
De mest die ze achterlaten bestaat uit droge stukjes insectenpantsers en verspreidt geen stank.
Eind augustus, begin september valleen de groepen vlmeermuizen uit elkaar en verlaten ze hun schuilplaatsen.

 

TREKROUTES

Tussen hun zomer- en winterverblijven leggen vleermuizen soms grote afstanden af.

 

PARENDE WATERVLEERMUIZEN

Normaal gezien paren vleermuizen in de nazomer, in de trekperiode voor ze in winterslaap gaan.
Soms gebeurt het ook ‘s winters.
Het sperma wordt opgeslagen in de baarmoederhals van de vrouwtjes en de bevruchting zelf wordt uitgesteld tot na de winter.
‘s Winters hebben vleermuizern immers al hun energie nodig om de winter door te komen.
Een jong laten groeien zou te veel energie vergen.
Na de winter vindt de eisprong plaats en vervolgens de bevruchting.

 

MERGELGROEVE

In de winter zijn er geen insecten, zodat de vleermuizen noodgedwongen in winterslaap gaan.
Ze teren dan volledig op hun vetreserves en laten hun hartslag en lichaamstemperatuur dalen.
Vleermuizen stellen hoge eisen aan hun winterverblijven.
Het moet er rustig en donker zijn, de temperatuur moet er constant zijn en net boven het vriespunt blijven.
En het moet er vochtig zijn, zodat de vleermuizen niet uitdrogen.
Grotten zijn het meest geschikt.
Maar vermits er in Vlaanderen geen natuurlijke grotten zijn, zijn onze vleermuizen aangewezen op kunstmatige grotten, zoals deze mergelgroeve in Limburg.

 

BAARDVLEERMUIS

De Baardvleermuis is niet zo kieskeurig en verblijft ook op plaatsen met een hoge vochtigheidsgraad.

 

OVERWINTERENDE HOEFIJZERNEUS

Hoefijzerneuzen slaan hun vleugels om zich heen tijdens de winterslaap.

 

HOEFIJZERNEUS

IJSKELDER

IJskelders op oude kasteeldomeinen zijn ook geliefkoosde overwinteringsverblijven.

 

OVERWINTERENDE GROOTOORVLEERMUIS

De grootoorvleermuis steekt haar oren onder haar vleugels, om niet te sterk af te koelen.

 

GROOTOOR

FORT

De Antwerpse fortengordel herbergt jaarlijks meer overwinterende vleermuizen dan het kilometerslange mergelcomplex van Limburg.
Zelfs voor Europa is het een belangrijke concentratie.
Het fort van Oelegem is op dit gebied een van de belangrijkste forten, met elke winter tegen de 1000 overwinterende vleermuizen.

 

POORT

Het is voor de vleermuizen vooral belangrijk dat het fort gesloten blijft, zodat ze niet verstoord worden.
Verstoring kan hun dood betekenen.
Ontwaken uit de zgn.winterslaap kost zoveel energie (opwarmen, hartslag versnellen) dat hun energioevoorraad niet meer toereikend is voor de rest van de winter.

 

FRANJESTAART EN INGEKORVEN VLEERMUIS

Deze 2 vleermuizensoorten zijn de paradepaardjes van Fort Oelegem.
De Franjestaart met zijn rozige snuit en sneeuwwitte buik komt in Vlaanderen enkel lokaal voor.
In Fort Oelegem is ie relatief talrijk, ca.300 exemplaren.
De Ingekorven vleermuis met haar valere kleuren is zeer zeldzaam en heel kwetsbaar.
De soort zit in Vlaanderen op de noordelijke grens van haar verspreidingsgebied.
De laatste jaren is ze lichtjes in opmars.
In Fort Oelegem overwinteren tegen de 70 Ingekorven vleermuizen.

 

KOLONIE

Vanaf half april,na de winterslaap, vormen de zwangere vrouwtjes groepen om hun jongen te krijgen.
Bij ons zijn dat groepen van ca 20 tot ca 120 exemplaren.
De mannetjes leven op hun eentje.

 

BABY VLEERMUIS

De jongen worden gewoonlijk in mei geboren, ze zijn na enkele weken al volwassen.
Ze blijven in de kolonie tyerwijl de moeders op jacht gaan.
Iedere moeder herkent bij het terugkeren haar eigen jong aan specifiekle geluiden.

Als afsluiter nog deze Dwergvleermuis.
Misschien woonden of wonen ze wel bij u thuis ?

 

Bekijk Foto’s